Onder het rustige water van de Biesbosch speelt zich een wereld af die je zelden ziet. Tussen kreken, geulen en brede rivieren trekken vissen stroomopwaarts, soms over grote afstanden. Wie vaart door dit gebied, denkt vaak aan vogels en rietkragen. Toch is het juist onder het wateroppervlak dat een belangrijk deel van het leven plaatsvindt. De anadrome trekvissen Biesbosch vormen daarin een stille maar bepalende schakel.
Anadrome trekvissen zijn vissen die in zee leven, maar de rivier op zwemmen om zich voort te planten. Ze groeien op in zout water en keren later terug naar zoet water om hun eitjes af te zetten. Daarna zwemmen sommige soorten weer terug naar zee. Andere sterven na de voortplanting. Het bijzondere is dat ze tijdens hun leven dus wisselen tussen twee totaal verschillende werelden.
Er zijn ook vissen die precies het omgekeerde doen. Die worden geboren in zee en trekken later de rivier in om daar te blijven. Dat heet catadroom. Een bekend voorbeeld is de paling. Bij anadrome vissen is het andersom. Zij hebben de zee nodig om te groeien, maar zijn afhankelijk van rivieren om zich voort te planten. Die trek tussen zout en zoet water vraagt om vrije doorgangen en schoon, stromend water.
De Biesbosch ligt op een bijzondere plek in Nederland. Hier komen grote rivieren samen en staat het gebied in open verbinding met water dat uiteindelijk naar zee stroomt. Via de Nieuwe Merwede en de Amer staan de wateren in contact met de Rijn en Maas. Door die ligging is de Biesbosch een belangrijk overgangsgebied voor trekvissen Biesbosch en andere migrerende soorten.
Het water in de Biesbosch is voortdurend in beweging. Stroming, wisselende waterstanden en invloed van het getij zorgen voor variatie. In ondiepe kreken vinden jonge vissen beschutting. In bredere geulen kunnen volwassen vissen doorzwemmen richting bovenstroomse paaigebieden. Juist die afwisseling maakt het gebied geschikt als rustpunt en doorgang tijdens de vismigratie Biesbosch.
In Nederland zijn verschillende anadrome vissen bekend. Een aantal daarvan is verbonden met het rivierengebied rond de Biesbosch. Sommige soorten worden zelden gezien, maar hun aanwezigheid zegt veel over de kwaliteit van het water en de openheid van het landschap.
Soorten die een rol spelen in en rond dit gebied zijn onder meer:
De zalm in de Biesbosch is voor veel mensen een bekend symbool. Ooit zwommen er grote aantallen zalmen de Rijn op. Door vervuiling en barrières verdwenen ze bijna volledig. De afgelopen decennia zijn er pogingen gedaan om de zalm terug te brengen. Dat lukt alleen als de route van zee naar bovenstroomse rivieren begaanbaar blijft.
De fint vis Biesbosch is minder bekend, maar minstens zo interessant. Deze vis trekt in het voorjaar vanuit zee het zoete water in om zich voort te planten. Hij kiest daarbij voor brede rivieren met stroming. De rivierprik Biesbosch volgt een vergelijkbaar patroon, al ziet hij er totaal anders uit. Het zijn soorten die je zelden vanaf de boot ziet, maar die wel degelijk aanwezig kunnen zijn.
Wie door de Biesbosch vaart, ziet rietvelden, wilgenbossen en open water. Wat minder zichtbaar is, zijn de routes onder water. Vissen volgen stroming, temperatuur en geursporen. Ze herkennen hun geboorterivier en vinden op die manier hun weg terug. Dat maakt vismigratie Biesbosch tot een proces dat nauw verbonden is met het landschap.
Brede doorstromende geulen bieden ruimte om verder te trekken. Ondiepe zones geven jonge vissen beschutting tegen roofvissen. In perioden met hogere waterstand kunnen vissen nieuwe gebieden bereiken. Het ritme van eb en vloed, hoe subtiel ook, helpt sommige soorten bij hun oriëntatie. Zo vormt het gebied een schakel tussen zee en het binnenland.
De Nederlandse delta is sterk veranderd door dijken, dammen en sluizen. Die ingrepen waren nodig voor veiligheid en waterbeheer, maar ze maakten het voor veel vissen moeilijker om hun paaigebieden te bereiken. Een gesloten dam kan een trek volledig blokkeren. Voor anadrome vissen betekent dat het einde van hun levenscyclus.
Daarom wordt op verschillende plekken gewerkt aan herstel van verbindingen. Denk aan vispassages bij stuwen of aangepaste sluizen die op bepaalde momenten openstaan. Rond de grote rivieren is steeds meer aandacht voor vrije migratieroutes. Ook in en rond de Biesbosch wordt gekeken hoe waterbeheer en natuur elkaar kunnen versterken.
Wie meer wil weten over het gebied zelf, vindt achtergrond over het landschap en de ontstaansgeschiedenis op de pagina over Nationaal Park De Biesbosch. Dat verhaal gaat niet alleen over wilgen en vogels, maar ook over stromend water en verbindingen met zee en rivier.
Trekvissen laten zien dat de Biesbosch geen stilstaand natuurgebied is. Het is een doorgangsgebied, een plek van beweging. Zelfs als je tijdens een tocht geen zalm of fint ziet, weet je dat ze hier kunnen passeren. Onder het oppervlak trekken ze verder, geleid door stroming en instinct. Zo leeft de Biesbosch niet alleen boven water, maar ook daaronder, in een voortdurend spel van zoet en zout.